spacer
header
Home
Welkom
Zoekindex
Actueel nieuws
Berichten en opinies
Nieuwsbrief artikelen
Standpunten
Kennisdomein
Belangrijke procedures
Vereniging VOLE
Luchthaven Eelde
Contact met VOLE
Klachtenbehandeling
Downloads
Cartoons
Links
Zoeken
 
Home arrow Actueel nieuws arrow VOLE vraagt Eerste Kamer RBML terug te sturen naar Tweede Kamer

VOLE vraagt Eerste Kamer RBML terug te sturen naar Tweede Kamer
Geschreven door VOLE   
maandag 15 december 2008
kleurenlogo.jpg   Vereniging Omwonenden Luchthaven Eelde
'voor de kwaliteit van de leefomgeving'
 
 
Geachte fractie,

Bij de behandeling van de RBML in de Eerste Kamer heeft minister Eurlings aangedrongen op een spoedig positief besluit. Als reden hiervoor betoogde hij expliciet dat de verlenging van het  SBL juridisch kwetsbaar is. In ruil hiervoor kwam hij de Kamer tegemoet met een toezegging betreffende de uitwerking van het amendement Haverkamp dat de rechtsbescherming van omwonenden beperkt.

Op beide punten valt wel wat af te dingen. De verlenging van het SBL via het overgangsrecht in de RBML is niet zo onkwetsbaar als de minister zegt. De urgentie van de inwerking treding van de RBML valt dus te betwijfelen. En de tegemoetkoming van de minister betreffende de rechtsbescherming heeft bij nadere beschouwing maar weinig om het lijf. De minister biedt een paar maanden uitstel, maar bij de behandeling van de Luchtvaartnota hebt U alleen nog invloed als zowel de Minister als de Tweede Kamer het met U eens zijn. Daarna treedt het amendement Haverkamp waarschijnlijk gewoon in werking en hebt U geen verdere zeggenschap. Die werking is bovendien door de gekozen formulering ruimer dan alleen een nationaal luchthavensysteem.

Samenvattend: de wetskwaliteit van het RBML schiet ernstig tekort en de minister doet de Kamer toezeggingen die bij nadere bestudering weinig voorstellen. Wij doen een dringend beroep op uw fractie de RBML terug te verwijzen naar de 2e kamer.
Van een 'nationaal belang' van Eelde is geen sprake: niet met de huidige baan, noch met een langere, laat staan dat dit de reden zou kunnen zijn om de RBML overhaast vast te stellen.



Wij werken de bovengenoemde punten hieronder uit:

Rechtsbescherming
Minister Eurlings heeft per brief aan de Eerste Kamer toegezegd, de wettelijke grondslag voor uitsluiting van beroep zoals vervat in de onderdelen 3.a en 3.b van artikel IV van de RBML pas na de luchtvaartnota in werking te zullen laten treden. Bovendien zegde hij toe pas een beroep te zullen doen op deze uitsluitingsgronden na een gedachtenwisseling hierover met de Kamer bij de behandeling van de Luchtvaartnota.

In de dupliek van dinsdag 9 december heeft de minister dit verder verduidelijkt. Als er in de Tweede én Eerste Kamer zwaarwegende bezwaren zijn bij een voorstel voor een luchthavensysteem waarvan de minister hoopt dat het de Kamers kan overtuigen, dan zal hij het uitstellen en met een voorstel van wetswijziging komen om de onderdelen IV.3.a en b te verwijderen.

Omdat de minister het uitdrukkelijk heeft over Tweede én Eerste Kamer is dit een loos gebaar. De Tweede Kamer heeft immers door het amendement Haverkamp aan te nemen expliciet de onderdelen IV.3.a en b in de RBML opgenomen. Bovendien heeft de minister -in verhullende bewoordingen -  gezegd, te zullen proberen de Tweede Kamer bij haar standpunt te laten blijven: “Als ik de Kamers er niet van kan overtuigen, dan leidt dat dus tot een aanpassing. Maar ik ben er optimistisch over dat ik hen wel kan overtuigen. Ik zal daar mijn best voor doen.” Zelfs als de minister toch met het beloofde wetswijzigings­voorstel komt,  dan is de kans nog groot dat de Tweede Kamer dit zal afwijzen, zodat het niet eens meer aan de Eerste Kamer zal worden voorgelegd.

Er is nog een fundamentele reden om de toezegging van de minister een loos gebaar te noemen. De minister biedt de beide Kamers enige inspraak bij de allereerste keer dat de onderdelen IV.3.a en b zullen worden toegepast, namelijk bij het luchthavensysteem dat in de komende luchtvaartnota zal worden voorgesteld. Als de Eerste Kamer daar bezwaar tegen heeft, maar de Tweede Kamer niet, dan treden de onderdelen IV.3.a en b toch gewoon in werking. In dat geval kan de Eerste Kamer zich ook niet meer over latere toepassingen uitlaten. Bovendien betreffen die toepassingen niet alleen een luchthavensysteem, zoals de toelichting van het amendement 44 van Haverkamp vermeldde. De tekst van het amendement, zoals opgenomen in de RBML, luidt immers veel ruimer: “…sprake is van een samenwerking bij de verdeling van luchthavenluchtverkeer met de luchthaven Schiphol”.

Geen urgentie

De minister legt met fluwelen handschoen (“dit is geen oneigenlijk drukmiddel” en “Wij hebben grote zorgen”) behoorlijk veel druk op een spoedige positieve besluitvorming over de RBML in de Eerste Kamer. De voornaamste reden blijkt voor hem te zijn wat hij noemt “de casus Eelde”. De minister legt met enige tegenzin maar vrij gedetailleerd uit wat het probleem is. “Een nieuw besluit tot baanverlenging van Eelde wordt het komende jaar voorzien. Hiervoor is verlenging van het SBL nodig.” Het voor de verlenging van het SBL vereiste MER ontbreekt. Verlenging van het SBL als structuurvisie onder de Wro stuit op het probleem van een ontbrekende MER. Verlenging van het SBL onder het overgangsrecht van de RBML is volgens de minister probleemloos.

Dit is nog maar de vraag. Ten eerste moet de Europese Commissie zich nog uitspreken over de niet aangemelde  staatssteun aan Eelde. Bij een formele onderzoeksprocedure naar aangemelde staatssteun volgt zo’n beslissing in principe binnen 20 maanden. Omdat de staatssteun niet is aangemeld, is de Europese Commissie niet aan termijnen gebonden. De minister is helemaal niet zeker, dat besluitvorming over Eelde al het komend jaar plaatsvindt. Dat blijkt ook uit zin gebruik van de frase “wordt voorzien”. Het is bovendien zeer de vraag of de staatssteun toelaatbaar wordt geacht. Een besluit tot baanverlenging kan waarschijnlijk niet in 2009 worden genomen en wellicht ook niet daarna.

Maar ook verlenging van het SBL onder het overgangsrecht van de RBML stuit op problemen. Technisch gezien is dit overgangsrecht een ongewijzigde verlenging van het SBL bij wet. Omdat in de tekst van het SBL wordt vermeld, dat het ophoudt te gelden bij invoering van de RBML, was er technisch gezien een wijziging van de structuurvisie SBL nodig. Het is waarschijnlijk dat ook in dit geval een MER nodig is. Een  onbeperkte “bevriezing” van het SBL kan bovendien leiden tot het oordeel dat het uit 1988 stammende SBL verouderd is.

Samenvattend: de wetskwaliteit van het RBML schiet ernstig tekort en de minister doet de Kamer toezeggingen die bij nadere bestudering niets voorstellen. Wij doen een dringend beroep op uw fractie de RBML terug te verwijzen naar de 2e kamer.
Van een 'nationaal belang' van Eelde is in het geheel geen sprake: niet met de huidige baan, noch met een langere, laat staan dat dit de reden zou kunnen zijn om de RBML overhaast vast te stellen.


Met vriendelijke groet,
namens de Vereniging Omwonenden Luchthaven Eelde

Jan Wittenberg
Voorzitter

050-3183360 of 06-12387622
 

 
 
 
 
 
 
 

 
< Vorige   Volgende >

spacer
© 2017 VOLE (Vereniging Omwonenden Luchthaven Eelde)
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.