spacer
header
Home
Welkom
Zoekindex
Actueel nieuws
Berichten en opinies
Nieuwsbrief artikelen
Standpunten
Kennisdomein
Belangrijke procedures
Vereniging VOLE
Luchthaven Eelde
Contact met VOLE
Klachtenbehandeling
Downloads
Cartoons
Links
Zoeken
 
Home arrow Actueel nieuws arrow Staatssteun en onregelmatigheden bij subsidies aan GAE

Staatssteun en onregelmatigheden bij subsidies aan GAE
Geschreven door VOLE, 20 decem ber 2018   
donderdag 20 december 2018

Staatssteun en onregelmatigheden bij subsidies aan GAE

In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld aan de minister van Infrastructuur & Waterstaat over de staatssteun aan GAE. Deze steun is niet aangemeld bij de Europese Commissie (EC). Dat is in strijd met de Europese staatssteunregels (VWEU artikel 107 en 108). Hierin is bepaald dat de Europese Commissie staatssteun onderzoekt om verstoring van de interne markt te voorkomen. Overheden - ook de
decentrale - zijn daarom verplicht de steun die zij geven aan te melden, opdat de EC deze kan toetsen aan de staatssteunregels. De minister BZK ziet erop toe dat de decentrale overheden hun rechtsplicht nakomen en kan zo nodig een aanwijzing geven.

Voor een goed begrip van de mogelijke gevolgen van de Kamervragen is het zinvol de steun aan GAE en het handelen van de verantwoordelijk bestuurders in een breder perspectief te plaatsen. Als decentrale bestuurders zo overduidelijk hun rechtsplicht negeren, is het onvermijdelijk dat 'Den Haag' zich er mee bemoeit.

GAE wordt in stand gehouden met publieke middelen. Dat is op zichzelf een legitieme politieke keuze. De zaak wordt anders wanneer deze keuze gebaseerd is op onjuiste informatie en overtreding van wetten en regels. In deze notitie komen diverse overtredingen aan de orde. VOLE ziet het als haar taak om informatie over de luchthaven te analyseren en de wet- en regelgeving (ook de Europese) te verduidelijken. VOLE wil de transparantie in de besluitvorming over de luchthaven vergroten, daar waar bestuurders en pers in gebreke blijven.

Voortraject
Na 20 jaar discussie kwam in 2013 de baanverlenging gereed. Die zou GAE uit de rode cijfers helpen. Zoals door velen en VOLE voorspeld, liepen de verliezen echter sterk op: van een half miljoen euro voor baanverlenging tot 2,5 miljoen in 2017 en 3,2 miljoen in 2018. In 2016 dreigde GAE failliet te gaan. De aandeelhouders moesten weer iets nieuws bedenken. De aandeelhouders van GAE zijn de provincies Groningen en Drenthe en gemeenten Groningen, Assen en Tynaarlo. Zij kwamen op de proppen met het zogenaamde ‘investeringsscenario Toegangspoort voor het Noorden’.
Kosten: € 46 miljoen. De Drentse gedeputeerde Ard van der Tuuk (PvdA) zag dit plan niet zitten en moest opstappen.
De steun van € 46 miljoen is bedoeld voor de periode 2017-2027:

  • € 30 miljoen exploitatiesteun voor de kosten van de brandweer en security (de zogenaamde kosten voor ‘niet economische diensten van algemeen belang: NEDAB)
  • € 10 miljoen voor aanloopsteun voor luchtvaartmaatschappijen
  • € 6 miljoen voor vernieuwing van de vertrekhal en de brandweerkazerne.

In 2017-2018 werd € 5,5 miljoen NEDAB-steun gegeven en € 7,4 miljoen aanloopsteun. Ondanks al deze miljoen steun, is er voor 2019 toch weer een tekort van € 800.000 geraamd. Inmiddels is dus wel gebleken dat de steun geen structurele oplossing biedt. De mooie toekomst van het investeringsscenario is nu al door de feiten weerlegd (zoals ook eerdere voorspellingen over reizigersgroei nooit werkelijkheid zijn geworden).

Aanmeldingsplicht VWEU artikel 107 en 108
Steunmaatregelen van de staten worden staatssteun genoemd en moeten volgens het EU-verdrag (VWEU artikel 107 en 108) worden aangemeld bij de Europese Commissie (EC). Met de steun krijgt het bedrijf GAE een voordeel waardoor het beter kan concurreren met andere luchthavens. Het tegengaan van concurrentievervalsing door overheidssubsidies is een hoeksteen van de EU- mededingingsbeleid. De EC toetst daarom staatssteun aan de staatssteunregels, in dit geval aan de EU Richtsnoeren voor staatssteun aan luchthavens en luchtvaartmaatschappijen.
Vaststaat dat de steun aan GAE met staatsmiddelen is bekostigd. Ook al wordt de steun – zoals in dit geval de aanloopsteun - via een andere juridische entiteit uitgekeerd, het blijft staatssteun. Vast staat dan ook dat de EC deze moet toetsen. Maar omdat de noordelijke bestuursorganen aanmelding achterwege hebben gelaten, kon de EC deze niet toetsen. Met deze handelwijze lopen de bestuursorganen een groot risico.

Is de steun verenigbaar met de richtsnoeren?

Voor het beantwoorden van deze vraag moet onderscheid gemaakt worden tussen de twee genoemde vormen van steunverlening.

1. NEDAB-steun (30 miljoen in 10 jaar) zou zijn toegestaan als de andere Nederlandse luchthavens (Schiphol, Rotterdam, Eindhoven, Lelystad) ook deze steun ontvangen. Dan is er geen sprake van ongeoorloofde discriminatie in de zin van Richtsnoeren (2014/C 99/03), punt 37: ‘Overheidsfinanciering van niet economische activiteiten mag niet leiden tot ongeoorloofde discriminatie tussen luchthavens.’ Maar Schiphol, Rotterdam, Eindhoven en Lelystad ontvangen geen steun. Daarom leidt de steun aan GAE tot ongeoorloofde discriminatie en is de steun onrechtmatig.

Of luchthavens in andere landen ook NEDAB-steun (of wat voor steun dan ook) krijgen is in dit verband niet relevant. De EC beoordeelt of ‘het binnen een bepaalde rechtsorde normaal is dat burgerluchthavens bepaalde kosten moeten dragen die aan hun exploitatie verbonden zijn, terwijl dat voor andere burgerluchthavens niet het geval is’ (Richtsnoer 37).
Het gaat dus om de rechtsorde van Nederland, waar het niet normaal is dat de NEDAB-kosten door de Staat worden gedragen.

2. Aanloopsteun voor luchtvaartmaatschappijen is toegestaan als de steun ‘marktconform’ is. Dat wil zeggen dat een private investeerder onder dezelfde omstandigheden deze steun ook gegeven zou hebben. Een private investeerder wil uiteraard rendement en zekerheid dat hij z’n geld terug krijgt. Hiervoor gelden criteria die zijn opgenomen in paragraaf 3.4 van de Richtsnoeren.

Van marktconformiteit is bij GAE geen sprake, omdat Nordica en Flybe miljoenen ontvingen zonder enige garantie op terugbetaling en rendement. Niet-marktconforme steun mag alleen als voldaan is aan de voorwaarden die genoemd zijn in ‘paragraaf 5.2 Aanloopsteun voor luchtvaartmaatschappijen’. Zo bepaalt richtsnoer 150 bijvoorbeeld (‘Evenredigheid van het steunbedrag’) dat er een maximum aan de steun is, namelijk 50% van de havengelden. Voor Nordica zou dat in 2018 neerkomen op € 450.000 (50% van € 900.000 havengelden die ze zouden moeten betalen). Nordica ontving echter meer dan € 2 miljoen, dus vier maal het toegestane bedrag. En richtsnoer 147 bepaalt dat een luchtvaartmaatschappij die steun ontvangt, een onherroepelijke toezegging moet doen aan de luchthaven om de verbinding te blijven exploiteren voor een periode die ten minste even lang duurt als de periode dat zij aanloopsteun heeft ontvangen. Nordica ontving tweeënhalf jaar steun en beëindigde de overeenkomst op de dag dat de steun ophield.

Er is dan ook weinig twijfel dat de NEDAB- en aanloopsteun die de bestuursorganen geven, onverenigbaar is met de richtsnoeren en dus onrechtmatig is.

Politieke verantwoordelijkheid

De verantwoordelijke gedeputeerden (Patrick Brouns in Groningen en Cees Bijl in Drenthe) moeten ervan op de hoogte zijn geweest dat de steun niet verenigbaar is met de Richtsnoeren. De provincie Groningen heeft een juridisch adviseur voor staatssteun in dienst, die namens de provincie in de Praktijkraad Europa Decentraal zit, meeschreef aan de ‘Handreiking staatssteun voor de overheid’ en workshops over staatssteun
geeft.

Gedeputeerde Bijl verklaarde in de Staten van Drenthe (5-12-2018) dat de aanloopsteun ‘om subsidie-technische redenen’ bij een BV is ondergebracht en dat hij ‘in relatie tot de Europese regelgeving’ niet alle informatie kan geven. In het Dagblad van het Noorden wijst Bijl op de constructie die de aandeelhouders voor het routefonds in het leven hebben geroepen. ‘De aandeelhouders keren dit geld niet rechtstreeks uit, want deze vorm van staatssteun zou in strijd zijn met Europese regels. Het geld wordt uitgekeerd door een b.v. die onder de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) valt.’ Bijl weet echter ook dat artikel 107 VWEU zo’n constructie irrelevant maakt. Dat spreekt immers over ‘steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd’.

Brouns en Bijl besloten om de steun niet aan te melden, omdat ze wisten dat het investeringsscenario dan geen kans zou maken. Dat konden ze niet gebruiken, want ze hadden met veel retoriek (‘het vliegveld is de toegangspoort voor het Noorden’) en politieke druk (‘86% van de bevolking is vóór investeren’) het investeringsscenario er in de Staten er doorheen gedrukt. De vooropgezette bedoeling om GAE opnieuw met geld te redden stond een objectieve analyse in de weg. Een hele stoet aan consultants werd ingehuurd om rapporten te schrijven met de gewenste uitkomst, namelijk dat met investeren in lijndiensten GAE wel gered kon worden. Dat werd al besloten in april 2016, toen de verliezen onhoudbaar werden, bezwaren van Ard van der Tuuk ten spijt.

Door niet aan te melden namen Brouns, Bijl en Brink (die Van der Tuuk wegstuurde) bewust een zeer groot risico. Én ze probeerden dit toe te dekken door hardnekkig op vragen uit de Staten te beweren dat de steun ‘marktconform’ is. Misleidend, want er is geen sprake van terugbetaling en rendement. Deze handelwijze getuigt van minachting van de Provinciale Staten, het EU-verdrag en de wet. Deze gedeputeerden zijn dan ook volledig verantwoordelijk voor het fiasco dat zich nu aftekent. Aanmelding van de steun bij de EC betekent automatisch een ‘standstill’ en zal – na een uitspraak van de Commissie – leiden tot terugvordering van de steun. Daarmee is een faillissement van GAE waarschijnlijk onafwendbaar.

Verdere onregelmatigheden
Na het opzeggen van het contract door Nordica zei gedeputeerde Patrick Brouns in het DvhN: ‘Geen extra geld voor Nordica’. En op RTV Noord: ‘ik wil wel kunnen uitleggen waar dat belastinggeld aan besteed is’. Het is – met een understatement – nogal dubieus dat de heer Brouns zich nu in de media profileert als de bewaker van de goede gang van zaken bij GAE. Brouns was immers, zoals uit het bovenstaande blijkt, de regisseur van het hele circus waarmee de geesten rijp werden gemaakt voor het investeringsscenario Toekomst Poort van het Noorden. Toen de verantwoordelijke gedeputeerden eenmaal besloten hadden de steun niet aan te melden bij de EC, volgden er meer onregelmatigheden. We noemen de volgende zaken waar grote vraagtekens bij geplaatst kunnen worden:

  • In Provinciale Staten was besloten om in 2017-2018 maximaal € 6,6 miljoen aanloopsteun te geven. Er is voor het einde van 2018 al € 7,4 miljoen aanloopsteun verleend. De steun is er, in strijd met het PS-besluit, versneld doorheen gejaagd. En zonder een gedegen contract met Nordica/Flybe én zonder het gewenste resultaat: de bezettingsgraad Nordica/Flybe samen blijft steken op 50%.

  • GAE heeft de inkomsten uit de securitycharges over 2017 verzwegen bij aanvraag en vaststelling van de NEDAB-subsidie. GS hebben, in strijd met de subsidieverordening, bij de vaststelling van de subsidie geen rekening gehouden met de geïnde securitycharge.

  • De aanloopsteun wordt door de provincie overgemaakt naar de Noordelijke ontwikkelingsmaatschappij (NOM), die het geld doorsluist naar de BV A&RDF. De uitbesteding van de aanloopsteun aan de NOM/A&RDF valt onder de aanbestedingsplicht. De noordelijke bestuursorganen hebben in strijd met de aanbestedingswet en de aanbestedingsrichtlijn het routefonds niet aanbesteed. De verantwoordelijke gedeputeerden besloten niet aan te besteden, omdat een aanbesteding mogelijk tot tot aanmedling zou leiden. Want als bij een aanbesteding meerdere gegadigden zijn, kunnen die in tegenstelling tot bijvoorbeeld VOLE - wél een klcht indienen bij de EC. De klachtenprocedure is in 2015 zodanig ingeperkt dat alleen nog concurrenten als belanghebbend worden aangemerkt.

  • De subsidie voor aanloopsteun die GAE via de NOM ontving is vastgesteld in strijd met de Beleidsregel uitvoering Rijkssubsidiekader die tot 1 juni 2018 gold. De subsidie had moeten worden geweigerd op grond van paragraaf C: ‘Een subsidie wordt geweigerd, indien de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, voor de indiening van de aanvraag zijn begonnen.’ De aanloopsubsidies werden vanaf begin 2017 gegeven. De subsidie werd pas een jaar later, op 23 april 2018, aangevraagd.

  • Uitgangspunt bij het PS-besluit van 12-7-2017 was ‘dat op businesscase-niveau sprake moet [cursivering VOLE] zijn van substantiële bijdragen van marktpartijen’ (GS brief 2 mei 2017, blz. 4). Er zijn geen bijdragen van marktpartijen bekend, laat staan substantiële. In dezelfde brief staat hierover: ‘De plannen en suggesties die de heer Post tot nu toe heeft verzameld, tellen op tot een bedrag van € 8,6 miljoen over 10 jaar. Dit is nadrukkelijk een conservatieve schatting.’ Er is evenmin iets bekend over een bijdrage van het bedrijfsleven als gevolg van de plannen van Post. Zelfs niets over afname van tickets door het bedrijfsleven.

  • In strijd met de feiten beweert GS van Drenthe: ‘Maandelijks groeit het aantal reizigers’ (brief 15-11-2018 aan de Staten). RTV Drenthe 17-11-2018 (zelf voor 90% afhankelijk van overheidssubsidies) maakt het nog bonter: ‘Sinds de start van de lijndiensten is het aantal passagiers op de vluchten flink gegroeid.’ Dat is stemmingmakerij. Het aantal passagiers is redelijk constant, maar het is slechts de helft van wat nodig is voor een rendabele exploitatie. Nordica vliegt nu met kleinere toestellen, maar de bezetting blijft steken op 45%.

  • Het contract van GAE met Nordica loopt tot eind 2018. Zoals gezegd kreeg Nordica kennelijk twee jaar lang subsidie (1,6 miljoen in 2017 en 2,1 miljoen in 2018) zonder contractuele verplichting om de lijnen na afloop van de steun nog twee jaar (of langer) in de lucht te houden. Dan is het geen aanloopsteun, maar gewoon overheidssubsidie voor een luchtvaartmaatschappij. Dat is niet toegestaan volgens het EU-verdrag.

Deze reeks van onregelmatigheden illustreren naar onze mening duidelijk dat de verantwoordelijke gedeputeerden hebben gepoogd om te voorkomen dat aanmelding van de steunverlening alsnog onvermijdelijk zou worden. Maar afgezien daarvan zijn ze op zichzelf ernstig genoeg om niet zonder gevolgen te blijven.

Grote risico’s
De informatievoorziening naar Provinciale Staten was onvolledig, selectief en soms gewoon onjuist. Daardoor konden de Statenleden hun controlerende taak niet naar behoren uitvoeren. Dat GS afweken van de Statenbesluiten werd niet opgemerkt. Ernstiger: de overtredingen van wet- en regelgeving werden toegedekt en werden aanvankelijk niet opgemerkt. GS deden ook hun uiterste best het onnodig ingewikkeld te maken en mist te verspreiden. Zie bijvoorbeeld de onnavolgbare antwoorden op vragen uit de Staten. Door niet aan te melden hebben GS van Groningen en Drenthe bewust een groot risico genomen, zoals blijkt uit de paragraaf ‘Risico niet-naleving’ van Europa Decentraal.

Minister BZK en de Wet NErpe
Binnen het openbaar bestuur wordt voortdurend gehamerd op de verplichting die artikel 108, lid 3 VWEU met zich meebrengt. Aanmelding van staatssteun is ‘business as usual’ bij de tientallen subsidies die de provincies verstrekken. Steun is ofwel verenigbaar met de EU-richtsnoeren en dus geen probleem voor de betrokkenen, ofwel niet verenigbaar en dan mag het gewoon niet. Meer smaken zijn er niet.

De minister van BZK is belast met de het toezicht op de naleving van Europese regelgeving door lagere overheden. De minister is verantwoordelijk voor de correcte toepassing van de staatssteunregels, zoals vastgelegd in de Wet NErpe. Indien lagere overheden in gebreke blijven, kan de minister een aanwijzing geven om aan de geldende rechtsplicht te voldoen. De bevoegdheid daartoe berust op het Artikel 2.

Een onderzoek door de minister naar de staatssteun heeft vrijwel zeker tot gevolg dat de steun moet worden aangemeld. Dan treedt de zogenaamde standstill in werking en zal – na de uitspraak van de Commissie – de situatie moeten worden hersteld van voor de steun, dat wil zeggen dat de steun door de Noordelijke bestuursorganen moeten worden teruggevorderd met rente. Ook kan dit ertoe leiden dat de EC het Rijk een boete of dwangsom oplegt die op de verantwoordelijke decentrale overheid zal worden verhaald. Daarmee is een faillissement van GAE waarschijnlijk onafwendbaar want ook de redding van een onderneming in moeilijkheden valt onder de staatssteunregels. Maar los daarvan, is het natuurlijk ook een hopeloos verouderd idee om met veel belastinggeld een vakantievliegveld in stand te houden. Er zijn urgentere problemen.

Klik hier om terug te keren

 

 

 

 

 

 

 

 
< Vorige   Volgende >

spacer
© 2019 VOLE (Vereniging Omwonenden Luchthaven Eelde)
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.